maandag 12 mei 2008

Tilff-Bastogne-Tilff 2008

Gezien het prachtige weer de laatste week, werd de koersfiets opnieuw bovengehaald. Door bezigheden de voorbije weken was het ding voornamelijk stof aan het vergaren sinds de Ronde van Vlaanderen begin april. Na een aantal trainingstochtjes langs het jaagpad van de Schelde en een dagje hellingen verkennen in de buurt van Stavelot en les Hautes Fagnes (met ondermeer mijn zwart beest de Route de la Ferme Libert), begonnen de benen terug goed te voelen en werd nogal last-minute besloten de klassieker voor wielertoeristen Tilff-Bastogne-Tilff te rijden.

Gezien de niet uitgesproken indrukwekkende voorbereiding en gezien we niet midden in de nacht wilden opstaan om op een treffelijk uur in Tilff te staan, werd besloten de middellange tour te doen: 140 km in plaats van 240 km. We wisten bovendien niet helemaal waaraan we ons mochten verwachten, daar mijn fietscompagnon D.V. en ik nog nooit de Côte de Wanne of La Redoute hadden gezien. Bovendien beschik ik niet over een triple en was mijn cassette achteraan aangepast aan het vlakke werk.

Na een valse start door een stipheidsactie van de NMBS misten we al direct onze trein, vervolgens stopte de volgende door een technische storing. Gelukkig was de reis zelf nog vermakelijk: we zaten op dit vroege uur de hele tijd als sardientjes opgesloten met jongemensen die en masse van een grote technofuif in het Gentse kwamen en die, tijdens het roken van wiet in de trein, voortdurend uitpakten met een vocabulaire van slechts enkele woorden : "La peche!!" en "Putain!!". De week ervoor mochten we in Luik al niet op de trein omdat we onze fietsen meehadden... U zal begrijpen dat de NMBS bij ons, vanwege het ons niet op de trein laten, niet bepaald populair is, correcter: de rotte appels tussen de vele conducteurs en conductrices die wel crèmes van venten en madammen zijn.

Dit gezegd zijnde: in Luik afgestapt en bij wijze van opwarming in een half uurtje naar Tilff gefietst - waar een ware invasie van Nederlanders, Vlamingen en Duitsers leek plaats te vinden. Hoewel we ruimschoots te laat waren, konden we ons toch nog inschrijven (deze commerciële bedoening wil duidelijk geld verdienen).
Eens gestart, werd het alsmaar plezanter terwijl we in snel tempo verder reden. De uitzichten! De geuren! De dorpjes en gehuchtjes! De brandende zon op het bakkende asfalt! De verkoeling in de bossen, de lange afdalingen met hun scherpe bochten!

Persoonlijk heb ik erg genoten van de beklimming van de Rosier-Est (ik waande me zowaar in het Zuiden van Frankrijk), de Ancienne Barrière (dit leek sterk op de weg naar de top van de Vesuvius bij Napels) en de Côte de Wanne, het voorbijkomen aan het weekendhuisje in Cheneux, de plaats waar ik jarenlang op vakantie ben geweest in Nonceveux aan de Ninglinspo ... De reacties van de medefietsers ("Wat is die col du Roowsjeej toch een klereheuvel!"). De afdalingen door Dairomont, Wanneranval, La Gleize, Méry,... het weer dat wel augustus leek, magnifiek.

Toen een seingever nabij Stavelot op de grote baan teken stond te doen dat we naar links een klein wegje moesten inslaan, nam ik op mijn buitenblad vlotjes de bocht waarna de schrik me onmiddellijk om het hart sloeg: een muur van 21% stond daar grijnzend te wachten, de côte d'Amermont. "Binnenblad! Binnenblad!!", hoor ik mezelf nog in paniek denken. Na een tijdje zwalpen, kwam er gelukkig een haarspeldbocht die iets vlakker was. Mijn prille hoop dat het ergste voorbij was, werd abrupt de kop in gedrukt toen ik iets verder op een wegje links bergop een lange sliert coureurs zich recht op de trappers of te voet naar boven zag manouvreren.

Ook de betekenis van het woord "wielerterrorist" is me duidelijk geworden - hoewel ik mezelf altijd verplicht rechts van de weg of, zo er één is, op het fietspad te rijden, is dit in de ardennen quasi onmogelijk of je belandt onvermijdelijk in het decor. Deze rijstijl wordt blijkbaar niet door iedereen geapprecieerd, gezien we - naast het vele getoeter - een keer ruitenwisservloeistof over ons dak kregen door een voorbijstekende auto. Ach wat, de verkoeling was welgekomen.

Eén van de laatste hellingen van de dag was de gevreesde La Redoute in Remouchamps. Mijn vader heeft deze jaren geleden eens opgereden en wist mij te vertellen dat dat niet om te lachen was. Bij de bevoorrading aan de voet van deze beklimming voelden D.V. en ik beiden de zenuwen toenemen - hoe zou het ons vergaan op deze klassieker, die we beiden nog nooit gezien hadden? Toen de D.V. de helling in de verte zag liggen, kwam hij mij zeggen: "Ik heb al zien liggen wat ons te wachten staat, en het ziet er geen schoon zicht uit.". U begrijpt dat we, toen we in de brandende zon met een groepje richting La Redoute vertrokken, er niet gerust op waren. Eerste stukje door het dorp ok, dan onder de stenen brug door naar rechts langs de autostrade, valt nog wel mee, en dan naar links recht naar boven. Trekken en sleuren, maar het lukt nog... Mensen die langs de kant roepen: "het laatste stukje, komaan!" en plots zijn we boven. Alweer een illusie armer, La Redoute bleek eigenlijk nog goed mee te vallen. Ik dacht bij mezelf: vind ik de Thier de Coo of de Ferme Libert niet lastiger?

Later op de trein waren D.V. en ik het erover eens: dit vonden we beiden eigenlijk mooier dan de Ronde van Vlaanderen - waar de Ronde onovertroffen is in de hele sfeer errond, de anticipatie, de historie, moet deze toch onderdoen voor het prachtige decor van Tilff-Bastogne-Tilff. Achteraf gezien had er mits een overnachting in het Luikse wellicht toch meer in gezeten. Volgend jaar alleszins opnieuw! Wat moet dat niet zijn in de Alpen of de Pyreneeën??

Epiloog: de dag erna met "the-day-after"-benen de ING stadsloop van 10,4 km in Gent gelopen (ik kon de inschrijving niet meer annuleren).
Gezien ik bij de laatste ben gestart, ben ik vanaf de start bezig geweest met tijd te verliezen door in de massa mensen in te halen, wat mij wellicht enkele minuten heeft gekost.
Het was ook de eerste keer sinds vorige herfst dat ik nog eens met de benenwagen op pad ging. Toch was ik tevreden met mijn 51m50. Volgend jaar moeten de 47 minuten van J.V. binnen het bereik liggen!

zondag 11 mei 2008

De Ronde van Vlaanderen 2008

Zaterdagmorgen 5u30, bij T.V. thuis in Brugge. De grote dag is begonnen: vandaag rijden we voor de eerste keer de Ronde van Vlaanderen, voor de eerste keer een tocht van meer dan 180 km. Present zijn fietscompagnon L.V. en ikzelve. D.V. komt vanuit Kortrijk met de eerste trein en zal ons later vervoegen.

Na de formaliteiten op de grote markt in Brugge, worden we 's morgens vroeg op de grote weg van Brugge naar Roeselare voorbijgestoken door grote drommen wielertoeristen. We laten het niet aan ons hart komen: "Och, laat ze maar rijden. We gaan ze wel oprapen in de Ardennen!". Het zou nog een running gag worden.

Ter hoogte van 't Hoge in Kortrijk zijn de pelotonnetjes volledig uiteengerafeld en begint het weer gevoelig slechter te worden - iets voor het "Dorp van de Ronde" Bellegem worden de regenvestjes bovengehaald. Ook een pijnlijk opstekende kramp in mijn rechterkuitspieren zorgt voor een domper op de moraal.

De volgende tiental kilometers probeer ik de kramp er rustig uit te fietsen, maar heb er toch serieus last van bij het beklimmen van de eerste helling van de dag, de Kluisberg - in de regen. Ik moet iedereen voorbij laten gaan. En van het idee dat het nog zo'n kleine 200 km is wordt je ook niet direct vrolijk. Het zal toch niet waar zijn dat deze Ronde-poging voortijdig zal eindigen? Ondertussen zijn de voeten doorweekt en hoor ik van medefietsers verhalen over ijskoude voeten, iets waar ik zelf minder last van heb.

Maar de weergoden zijn ons goed gezind: bij naderen van Wannegem-Lede klaart het echter op en samen met de moraal stijgt ook het plezier en de sfeer. Net na Gavere komt ook D.V. ons vervoegen: hij heeft tijdens de voormiddag blijkbaar heel de tijd in het wiel van Museeuw en Van Petegem gezeten. Museeuw zorgde voor de humor door het vertellen van een aantal moppen, Museeuw-kluchten dan nog.

De uren vliegen voorbij, de kilometers worden goed verteerd: we plukken volop de vruchten van onze voorbereiding (waaronder de E3-Prijs Harelbeke de week ervoor), al worden de kasseien op verschillende manieren geapprecieerd. L.V. blijkt vlotjes over deze stroken te dokkeren terwijl D.V. er onmiddellijk grote gaten moet laten vallen. Hij staat dan wel weer steevast als eerste bovenaan de hellingen.

We hebben ons lesje goed geleerd: niet te snel willen rijden, voldoende eten en drinken en met deze motto's blijkt alles vrij goed te doen. Alleen op de Koppenberg moeten we allen voet aan de grond zetten - al moet het gezegd worden dat dit voornamelijk te wijten was aan opstoppingen veroorzaakt door vallende fietsers. Ontgoochelde gezichten alom.

Achteraf gezien was de Ronde een haalbare kaart - uitrijden was het doel, en de tijd was van geen belang. Uiteindelijk blijkt er 277 km op de teller te staan, gereden in een uur of elf (en een half). Misschien dat er volgend jaar een uurtje of meer vanaf kan?

donderdag 27 maart 2008

De Mont-Saint-Aubert

Zondag 23 maart. Ik lag nog vredig te slapen toen buurman D.V. mij wakker belde: "Deze namiddag geven ze slecht weer uit - geen zin om nu direct met de koersfiets op pad te gaan?". De goeste was er en zodus waren we een half uur later op weg naar de Mont-Saint-Aubert, één van de heuvels nabij Ronse in Wallonië. Naar mijn traditie was er weer eens iets niet in orde: van deze keer lag er geen vet op mijn ketting - gepiep, geknars en slijtage tot gevolg. Een binnenschipper, die met zijn boot in een zijarm van de Schelde in Warcoing aangemeerd lag, om wat "huile pour la chaîne" gevraagd. Na wat gepruts - "il n'y a plus beaucoup de psssssj" - alles goed "in de vette" gezet: een wereld van verschil!

Een leuke voormiddag: schoon weer en dito plaatsjes gezien, jeugdsentiment voor D.V. bij de bobslee op de Mont-Saint-Aubert, een toch wel ferme gemiddelde snelheid. Tijdens de terugtocht langs de Schelde en het kanaal Kortrijk-Bossuit ontketende D.V. zijn gesels - hij had energie te over en was vrijwiller om heel de tijd kop te trekken en pulle, sjette én goaze te geven. Dat kwam mij goed uit want het beste was er bij mij af. Ik was de dag ervoor bij grijs buienweer naar Waasten en de Palingbeek in Zillebeke gereden, met behulp van buienradar.nl de buien omzeilend, en - moet ik durven toegeven - D.V. is een beter fietser dan mij. Het vat was af toen we bijna terug thuis waren - alletwee compleet leeg en uitgehongerd. Bij mij wachtte koeietong met champignons, bij D.V. konijn met rode wijn - waarna we elk blijkbaar paasnamiddag al slapende hebben doorgebracht. Meer moet dat niet zijn op een zondag.

zaterdag 15 maart 2008

De Vlaamse Ardennen...

Zaterdag 15 maart. Lander en ik zouden bij wijze van training een tour doen in de Vlaamse Ardennen - hoewel ik net terug was van een wekenlange reis en de jetlag niet verteerd was (de nacht ervoor, wellicht ook door de stress, niet geslapen - Lander is namelijk volop aan het trainen op rollen). Ik vreesde een tegenvallende dag qua fietsprestaties, maar ho maar!

De bedoeling was de Kluisberg, Patersberg, Oude Kwaremont, etc. te doen: de reeds gekende en verteerde hellingen in het westen van de Vlaamse Ardennen, het dichtst bij thuisbasis Kortrijk. In Oudenaarde aan het RVV-centrum aangekomen besluiten we om toch de lange tour te doen (114 km) omdat die door nog onverkend gebied gaat en ondermeer de Muur van Geraardsbergen aandoet. We konden het toch niet maken om tijdens onze eerste Ronde van Vlaanderen op 5 april voor het eerst over dit momument te rijden?

Zo gezegd, zo gedaan. Het was een erg leuke dag, mooi weer, terreinkennis opgedaan, afgezien bij momenten (bij veel momenten), een handtekening van Freddy Maertens. Wat wil een mens nog meer ;-) ? De Muur staat nu ook op het palmares, een prestatie waar Lander terecht even niet goed van was. In 2006 stonden we nog aan de kapel bovenaan te supporteren voor Leif Hoste en Tom Boonen, en hij moet toen getwijfeld hebben of hij daar ooit over zou raken. Ja dus!


Wat meer info over de lus die we deden vandaag (afgezien van Gent-Oudenaarde en terug langs de Schelde 2 x 33.5 km):

  • Totale afstand: 114.0 Km
  • Startplaats: Centrum Ronde van Vlaanderen - Markt Oudenaarde
  • Locaties: Oudenaarde - Maarkedal - Brakel - Lierde - Geraardsbergen - Ninove - Zottegem - Horebeke
  • Rondehellingen: Eikenmolen, Valkenberg, Leberg, Berendries, Tenbosse, Kapelmuur, Wolvenberg
  • Kasseistroken: Haaghoek , Kerkgate
Bovenstaand lijstje, dat ik van de website van het RVV-centrum getjsoept heb, is niet volledig: zo meen ik mij ook de Varentberg, de Foreest en de Bosberg te herinneren. En die vervloekte kasseistrook van Mater - afzien als je er dan al doorzit, zoals bij mij het geval was.

Totale afstand gereden vandaag: 181 km (een persoonlijk record voor ons beiden)
We hebben nog maar eens ondervonden dat voldoende eten en drinken (lees: heel de tijd eten en drinken) onontbeerlijk is - nota aan mezelf: was uw drinkpullen nooit ofte nooit meer uit met cif.

maandag 18 februari 2008

In Mesen enni

Zondag gaf een hardnekkig hogedrukgebied ons een staalblauwe hemel cadeau. Ideaal weer voor een fietstocht dus. Hoewel ik Kortrijk zat en mijn koersfiets in Gent, sprak ik toch af met mijn buurman D.V. om desnoods met mijne plechtige-communiefiets op pad te gaan, deels omdat hij net een nieuwe bolide kocht en die wellicht eens wilde demonstreren en uittesten, deels omdat alle kilometers in de benen meegenomen zijn met het zicht op de Ronde van Vlaanderen binnenkort.

Zondagmorgen 9 uur het jaagpad langs de Leie op in Lauwe opgereden en koers gezet richting het West-Vlaamse Heuvelland. Het doel was de Kemmelberg, ook wel "de Kemmel" genaamd in de volksmond. Hoewel mijn stalen ros ruimschoots onderdeed voor D.V.'s aluminium/carbon ros, zat er toch een behoorlijk tempo in vond ik.

In Wervik kwam de eerste stop al - ik was wel toe aan cola, hoewel de goedlachse cafébaas ons "ne goein bruunn" aanraadde voor "de korte nepe" over de Kemmel. Ondertussen was de temperatuur buiten gestegen van 0° naar 2° C - in Wervik bleek een oude zijarm van de Leie zowaar bevroren te zijn - maar met het stralende zonnetje leek het toch stukken warmer.

Rond Mesen en Wulvergem begon D.V.'s hoogtemeter aan te geven dat we al tientallen meters bergop waren gegaan en we besloten de Kemmel te doen langs de "gemakkelijke" kant. Helaas sloeg het onheil toe: ik reed lek, net voor de eerste kasseistrook bergop (ik was er met die fiets waarschijnlijk toch nooit opgeraakt), en D.V. verloor tijdens zijn beklimmingen een stuk van zijn winterkleding - om later nooit meer terug te vinden.

Boven op de Kemmel raakten we elkaar kwijt - ik ging op zoek naar een fietsenmaker in Kemmel, die er niet bleek te zijn, maar "er is er wel één in Wijtschate". Na lang wachten op de dries van Kemmel (waar bleef D.V. toch en waarom heeft die zijn gsm niet bij?) besloot ik maar te voet naar Wijtschate te gaan - éénmaal daar was die velomaker uiteraard dicht. Bummer.

Dan maar verder te voet naar Mesen, in de hoop dat er daar wél één was. Niet dus, maar een vriendelijke Mesenaar die in elke zin minstens twee keer het betekenisloze Ieperse woord "enni" gebruikte, ging zelf aan de slag met een velopomp, waarop mijn verstorven achterband ontplofte. De kans op reparatie werd nu wel nihil. Einde fietstocht.

Epiloog: toen ik in Mesen - volledig terzijde: het dorpje waar Adolf Hilter tijdens WO I zelf gestationeerd was en zijn beruchte schilderijtjes maakte - aan het wachten was op de bezemwagen (de 2e keer al deze maand) ben ik D.V. zowaar nog tegengekomen: "'t Is toch altijd iets met gij he? Handschoenen niet mee, zonder eten vallen, lek rijden, ..."

donderdag 7 februari 2008

Van Gent naar de kust fietsen

Vorig weekend ging ik zoals elk voorjaar enkele dagen naar Middelkerke, een dorpje aan de kust, want het gure lenteweer: dat heb ik het nog het liefst van al aan het strand.

In een vlaag van overmoed besloot ik vrijdagavond maar met de fiets van Gent naar Middelkerke te rijden. Mieke uit Vesalius, die in Oostkamp woont, ging regelmatig met haar fiets van Gent naar Oostkamp "langs het Kanaal". Dat kanaal naar Lovendegem wist ik wel te vinden en van Oostkamp naar de zee: dat zou ook wel lukken zeker? Bij de ondergaande zon vertrok ik dus met een pakje speculoosjes en een achterlichtje richting zee. In Zomergem, dat ik niet precies wist liggen, bleek het jaagpad langs het kanaal al op te houden. Louter op buikgevoel reed ik verder en kwam in donkere dorpjes waar ik nog nooit van had gehoord zoals Ursel en Aalterbrug. Aalter kende ik wel, dat ligt tussen Gent en Brugge, dus toen ik bordjes richting Aalter zag, wist dat ik nog relatief goed op weg was.

In Aalter waren echter grote werken aan de gang en werd ik verplicht een klein baantje in te rijden. Een kwartier later zat ik in de middle of nowhere, zonder straatverlichting of voorlicht. Aan 10 per uur rijdend (ik wilde in het donker immers niet in een gracht sukkelen) zocht ik bij het maanlicht beetje bij beetje mijn weg. Ondertussen was het iets van een 3° C en begon ik het mij te beklagen dat ik mijn handschoenen was vergeten. Ook mijn schoenen waren nat van door de modder te ploeteren tijdens die wegenwerken in Aalter en ik begon het gevoel in mijn rechtervoet te verliezen. Nergens vond ik een verlichte weg, overal waren uitgestrekte donkere velden en varkenskwekerijen. Het begon me ook te dagen dat ik veel te veel naar het zuiden aan het rijden was. Ik kwam een boerendorpje voorbij, genaamd Schuiferskapelle. Dat dorpje kende ik wel, dat lag ergens bij Tielt en Ruiselede, inderdaad te veel naar het zuiden dus.
Die speculoosjes waren ook al lang op, ik was al uren onderweg en begon lichtjes onderkoeld te raken. Tijd voor een opwarmingspauze: frietjes bij frituur Jan in Wingene (was ik blij dat ik binnen zat!). Door het onmiskenbare dialect van de vriendelijke friturist (ik mocht mijn fiets via de frituur achteraan in zijn tuin zetten - had namelijk ook geen slot mee) wist ik dat ik nu toch al een eind in West-Vlaanderen zat. Hij raadde mij aan om via Zwevezele en Torhout te gaan, terwijl ik eigenlijk eerder van plan was dichter bij Brugge te rijden. Gezien mijn toestand - en het feit dat ik vanaf Zwevezele heel goed mijn weg naar het zuiden en het westen ken, besloot ik toch maar langs Zwevezele te rijden. Daarna kwamen Lichtervelde en Torhout voorbij, alles ging nog betrekkelijk goed, ook al had in Lichtervelde ook mijn mp3-speler het begeven.

De weg van Torhout naar Gistel bleek uit te draaien op een ware calvarietocht. Toen ik er deze zomer voorbijkwam met Stijn (op terugtocht van Aartrijke) waren de omstandigheden lichtelijk beter. Nu vertelden de thermometers langs de benzinepompen mij dat het 3° was en er stond een sterke wind op kop, afgewisseld met rukwinden die me bijna deden omwaaien. Het gevoel en de kracht in mijn handen was ook weg - verdomme toch, waarom had ik nu geen handschoenen mee? - schakelen kon niet meer.

Iets voor Gistel was het echt meter voor meter vooruit - ik schatte de afstand naar Middelkerke nog zo'n verschrikkelijke 15 km en het was ondertussen al half twaalf 's avonds. Ik moest toegeven dat ik weer maar eens te weinig voorbereid was op hetgeen me te wachten bleek te staan. Het ging niet meer en na heel wat prutswerk om met dikke, gevoelloze vingers een gsm aan de praat te krijgen, belde ik naar Middelkerke. Daar bleek het te stormen en konden de mensen maar met moeite rechtstaan op "den dijk". Er werd onmiddellijk voorgesteld om mij te komen halen, wat ik - uiteraard - niet erg vond. Mijn lijdensweg eindigde dus bij café "Tourmalet" in Gistel, het dorp van Johan Museeuw.

Kaart van de route

De dag erna ben ik dan naar de Westhoek gereden om met Lander een tocht te maken langs Les Moëres, Beauvoorde en andere polderdorpjes én - het mag niet onvermeld blijven - ene te gaan drinken in Landers fameuze café in Alveringem :-).

Na enkele dagjes rust aan zee, ben ik dan van Middelkerke terug naar Gent gereden, van deze keer wél voorbereid. Ben langs Ettelgem, Zerkegem (dorpjes waar ik goede herinneringen aan overhoud en waarvan het goed deed er nog eens terug te zijn), het Lappersfortbos (per toeval gevonden) gepasseerd. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat het ondertussen meer dan 10° C was en de wind in de rug zat.

donderdag 24 januari 2008

Grafiekskes 24 januari 2008


Enkele maanden geleden begon de winterstop: het wekelijkse rondje rond de watersportbaan stierf een stille dood. Ook bij mij gingen vele weken voorbij zonder loopactie. Zouden die weken rust er voor zorgen dat de loopconditie bergaf zou gaan?

Er werd wel gefietst en een beetje op het gewicht gelet, maar men zegt altijd: "je wordt maar goed in iets dat je oefent, van te fietsen word je niet noodzakelijk een goede loper". Kan allemaal wel zijn, maar toen ik gisterenavond voor het eerst in lange tijd nog eens in de koude naar de watersportbaan trok, bleek ik een even goede tijd te hebben neergezet als in het najaar van 2007. Zo snel gaat een opgebouwde conditie nu ook niet weg blijkbaar.

Doel voor 2008: één keer onder de 20 minuten lopen. Voor geoefende sportmensen is dat zeker te doen, voor doorsnee mensen als ondergetekende is dat toch nog een zware dobber. We zullen wel zien...

Geschreven door Tim Bekaert.